Beste mevrouw Houthoff, geacht Commissariaat,

 

Alvorens tot beantwoording van uw vragenvuur dd. 23/9 over te gaan, een opmerking vooraf. In de journalistiek zouden wij dit soort vragen bestempelen als leading questions. Het lijkt of het Commissariaat voor de Media haar conclusies al getrokken heeft, pro forma alleen nog even wederhoor moet plegen. Het beeld van een inquisitie doemt op. En dat louter op basis van summiere, sturende berichtgeving in de (sociale) media. In een ogenschijnlijke poging het door integriteitsschandalen geplaagde Commissariaat hernieuwd zelfvertrouwen te bezorgen en de omroepverenigingen te tuchtigen, bent u bereid met een ‘ruime uitleg’ de reputatie van een journalist en presentator die zich al een kwart eeuw volkomen eigen en autonoom profileert, te beschadigen. Daarbij is uw instituut instrumenteel in de poging van bepaalde taakomroepen en redacties het monopolie over de ‘journalistiek’ op te eisen; een doorzichtig Hilversums machtsspelletje waar media-redacties en het Commissariaat zich verre van zou moeten houden. En dat alles op basis van een vermeend incident dat bijna vijf jaar achter ons ligt, bovendien in een tijd dat ik geen contractuele banden met enige omroep had en titels presenteerde in het verstrooiende/historische genre als ‘Hoe heurt het eigenlijk?’ en ‘Ten Strijde!’.